Bergama is wereldberoemd om haar klassieke monumenten, maar kent ook een heel rijke latere historie. Heel bijzonder is de aanwezigheid van talrijke monumenten uit de middeleeuwen en later in de Benedenstad. Deze zijn het bezoeken meer dan waard. De gemeente Bergama spant zich de afgelopen 5 jaar samen met het ministerie van Toerisme en Cultuur in om de vervallen monumenten in oude glorie te herstellen. Inmiddels zijn de eerste resultaten hiervan overal in de Benedenstad zichtbaar.
Afb.1 en 2 Funderingen van de Domkerk van Johannes in de Romeinse basilica
In de Romeinse tijd was Bergama een uitgestrekte stad met talrijke grote monumenten. Na het opdelen van het rijk in 395 bleef de stad een hoofdplaats in de regio, binnen het inmiddels gevormde Byzantijnse Rijk. Anatolië is een der eerste gekerstende gebieden, nadat apostel Johannes zijn laatste levensjaren sleet nabij Ephesos, volgens de legende ook de laatste woonplaats van Maria. Eén van de 7 kerken die Johannes in Anatolië stichtte, was gevestigd in Bergama. Nadat het christendom in 379 was verheven tot Byzantijnse staatsgodsdienst, werd Pergamon een van de vier bisdommen van Anatolië. In deze periode veranderde men de enorme basiliek van het Serapion in een van de grootste christelijke kerkgebouwen van die tijd, gewijd aan de heilige Johannes. Van deze kerk-verbouwing zijn de natuurstenen funderingen binnenin de tegenwoordige Rode Hal nog te zien.
In de 7de eeuw werd het Byzantijnse Rijk zwaar getroffen door de verovering van een groot deel van het Middellandse Zeegebied door de Arabische moslems, die vanaf Syrië en Egypte door wisten te stoten door heel Noord-Afrika tot en met Spanje. Ook Bergama werd in 716 veroverd en geplunderd door Arabische legers. Het rijk verloor in de 11de-12de eeuw verder aanzien door de oorlogen met Turkse veroveraars.
Afb.3 Stadsmuren rond de Akropolis, 12de eeuw
De handel en nijverheid liepen sterk terug en ook in Bergama daalde het aantal inwoners sterk. Tenslotte werd de Benedenstad verlaten en trok men zich in de 11de eeuw terug op de bergtop. Onder de machtige Byzantijnse keizer Manuel I Komnenos I (1118-1180) werden rond de bergtop de zware stadsmuren opgetrokken, waar nog steeds de imposante ruïnes van te zien zijn. Op de berghelling zijn dan ook door archeologen niet alleen de resten opgegraven van klassieke en Romeinse bewoning maar ook uit de middeleuwen.
Vanaf de 12de eeuw verloren de Byzantijnen steeds meer terrein aan de Seljoekse Turken. In 1306 werd Bergama ingenomen door de Turkse vorst Karasi Bey. Deze stimuleerde vervolgens de immigratie van Seljoekse Turken die uit Mongolië waren gevlucht. In 1336 eindigde een machtsstrijd in de inname van de stad door Orhan Gazi, in 1345 werd de stad bij het Ottomaanse rijk gevoegd.
Afb.4 Koyun brug
In die periode herleefde de stad. Men verliet de bergtop en er ontstond een nieuwe stad langs de oevers van de rivier Selinos en aan de hoofdweg naar het zuiden. Behalve de Romeinse brug in het centrum verrees aan de oostkant van de Kerk van Johannes (Serapion) een nieuwe brug, de Koyun brug met bouwinscriptie van 1384, pas gerestaureerd.
In de 14de en 15de eeuw werden talrijke grote gebouwen gesticht, waarvan vele nog tot de dag van vandaag te bekijken zijn: moskeeën, koranscholen, badhuizen, herbergen enz. Ze zijn gebouwd van natuursteen, gecombineerd met rode tegels volgens de kenmerkende middeleeuwse metseltechniek toegepast in horizontale lijnen of in een patroon van vierkanten.
Afb.5 Ulu Cami
De oudste nog bestaande moskee is de Ulu Cami, aan de rivieroever aan de voet van de berg gesticht in 1399 door Yildirim Beyazid. Hij is van het type dat de Seljoeken hebben ontwikkeld, geen zuilenhal maar een lange ruimte haaks op de mihrab die is overdekt met drie hoge koepels en met lagere zijruimten. Latere moskeeën hebben een centraalbouw met eventueel zijruimten aan drie zijden. De moskee is recent gerestaureerd en heeft nog de wij-inscriptie uit 1399. De mihrab is deels nog origineel uit de eerste bouwtijd.
Afb.6 Selcuk Minaresi
Het was niet de allereerste moskee. Van een oudere moskee, die helaas in 1930 is afgebroken, resteert nog de minaret. Deze Selcuk Minaresi aan een klein marktplein heeft een typerende vroege ingang met een boog in ‘Bursa’-stijl, een torenromp van baksteen en natuursteen met ruitpatroon metselwerk en een verfijnd bewerkt natuurstenen balkon. Het bovenste deel was ooit afgewerkt met baksteen met kleurige glazuur, waarvan nog resten aanwezig zijn.
Afb.7 Kursunli moskee
De stad strekte zich in de 15de eeuw al uit tot bij de Kursunli moskee aan de hoofdweg, gebouwd in 1439 en onlangs gerestaureerd. Uit deze tijd stammen nog meer moskeeën, die getuigen van de welvaart en het aanzien van de stad, zoals de Parmakli Mescit, Lonca Mescit en Incirli Mescit. De Parmakli moskee heeft nog de authentieke mihrab met in fraai patroon aangebrachte baksteenafwerking. Uit iets later tijd zijn de Laleli moskee (1534), Ansarli moskee (1544) en Sadirvan moskee (1550).

Afb.8 en 9 Ottomaanse wasgelegenheid bij de moskee bij het Serapeion
Afb.10 Ottomaanse straatfontijn
Bij de moskeeën treft men ook de fonteinen aan voor de voorgeschreven persoonlijke reiniging. Daarnaast zijn er verspreid in het centrum talrijke openbare fonteinen te vinden

Afb.11 en 12 Tabaklar badhuis
Uit de late 15de eeuw stamt het Tabaklar badhuis, nabij de Ulu moskee, met ooit een zeer rijk versierde interieur, waarvan prachtig gestucte koepels nog resteren. Het is helaas in erg vervallen staat en dringend toe aan restauratie. Het is genoemd naar de leerlooiers (tabaklar) die ooit een belangrijke nijverheid waren – een vervallen leerfabriek staat nog steeds aan de rivier ten zuiden van het Serapion.
Afb.13-15 Haci Hekim badhuis
Andere monumenten uit deze periode zijn er beter aan toe, zoals het pas herstelde Küplü badhuis uit 1427. Hij bevat de standaard-onderdelen met na de ingang een ruimte met kleedhokken gecombineerd met een voorziening voor theedrinken en een centrale fontijn, dan het eigenlijke badgedeelte bestaande uit een overkoepelde hoofdruimte met stenen ligtafels en overkoepelde zijvertrekken met sauna, hete en koudwater-ruimten. Onder meer zijn de originele natuurstenen bekkens en delen van de vloeren nog bewaard. Het badhuis is genoemd naar de grote marmeren bekken of pot (küplü) die nog steeds centraal in de kleedruimte staat.
In het Haci Hekim badhuis uit 1517, dat in 2008 is gerestaureerd, kunnen bezoekers weer een traditioneel bad ondergaan, zoals dat al 5 eeuwen gebeurt. Het badhuis bestaat uit twee aparte delen voor mannen en vrouwen, spiegelbeeldig gebouwd met de stookruimte voor het verwarmen van het water ertussen. Het was het enige eigen badhuis voor vrouwen. De natuurstenen inrichting is deels nog origineel aanwezig. Het ligt aan de hoofdweg tegenover de oude handelswijk, de bazaar.
Afb.17-19 Winkels in de bazaar
De eeuwenoude marktfunctie van Bergama, nog steeds het centrum van een grote agrarische regio met honderden dorpen en gehuchten, kan men goed ervaren in de ‘bazaar’ die nog steeds een 19de-eeuwse sfeer ademt. Deze handelswijk heeft een concentratie van 15de-16de-eeuwse monumentale gebouwen die letterlijk zijn omgeven door kleine winkelpanden. De meeste kleinere panden stammen uit de decennia nadat de houten bebouwing in 1853 was afgebrand. Ze zijn traditioneel gegroepeerd naar bedrijfstak, met elk plein voor een bepaalde ‘arasta’, een soort gilde. De winkels en huisjes worden de laatste jaren intensief hersteld in oude glorie.

Afb.20 Bedesten
Afb.21-22 Sukur Han
In dit gebied zijn uit de 16de eeuw de kleine Haci Hakim moskee (1517, van dezelfde stichter als het badhuis), de Bedesten markt en de Cukur herberg bewaard. De 17de-eeuwse Bedesten is een met 6 koepels overdekte markt van 2 beuken, helaas inmiddels gesloten. De Cukur Han, ook hard aan herstel toe, heeft een binnenplaats met rondom een portico omgeven door tientallen vertrekken, zowel op de begane grond als op de verdieping.
Bijzonder is de oudste bewaarde herberg, de Tas Han uit 1432. Ze worden ook wel karavanserai genoemd, omdat kooplieden destijds in karavaans reisden. De herberg was zo ingericht dat mens en dier er veilig achter een gesloten poort konden verblijven. Traditioneel is de herberg opgezet rondom een binnenplaats, met stallen en gastenverblijven, de verdieping bereikbaar via trappen naar balustrades. Rond de binnenplaats zijn antieke zuilen hergebruikt. Helaas is de herberg nu een ontoegankelijke ruïne en is alleen aan de buitenkant nog de imposante omvang te zien.

Afb.23 Kapali Carsi
Nabij de hoofdweg staat in de bazaar de overdekte Vlees- en vismarkt Kapali Carsi uit 1930, gebouwd in een charmante mengeling van Turkse en internationale stijl. Tegenwoordig is het een winkelgalerij.
Bergama is vanaf de 18de eeuw gestaag blijven groeien. Hiervan getuigen onder meer de talrijke nieuwe moskeeën, zoals de Kulaksiz moskee (1803, met mogelijk gebruik van een veel ouder gebouw), Harputlu moskee (1809), Yeni moskee (1814), Emir Sultan moskee (1831), Hatuniye moskee (1875) en Selimiye moskee (1883).
De toenemende zorg voor onderwijs leidde tot de bouw van de Gazi Pasja basisschool, een Grieks bouwwerk uit 1884, en de Middelbare school Bergama Lisesi in 1916. Een ander openbaar gebouw aan de hoofdweg is het oude Stadhuis van 1864.
Afb.24 en 25 Een groot en een meer bescheiden ‘Grieks huis’
Afb.26 Turks huis met balustrade
In het oude centrum zijn ook nog tal van 19de eeuwse monumenten te vinden, zoals de talrijke huizen, met name aan de voet van de berg in de ‘Griekse wijk’. Deze naam verwijst naar de vele inwoners van Griekse origine, die in 1922 emigreerden als gevolg van het Verdrag van Lausanne, een volksverhuizing waarbij Griekse inwoners naar Griekenland moesten vertrekken en Turkse mensen uit Griekenland naar Turkije. De traditionele huizen hebben ofwel een langs gang met de vertrekken aan één kant, of een middengang met vertrekken aan weerszijden. De Griekse huizen hebben meestal een verdieping. De natuursteenbouw is vaak gecombineerd met een houten skelet aan de binnenzijde van de muren, de binnenwanden zijn vaak van stucwerk op dun houten latwerk. Soms is ook de buitenzijde van de verdieping in deze lichte bouwwijze gemaakt, maar dat is door zorgvuldig stucwerk niet meteen te zien. Traditionele Turkse huizen met verdieping hebben een binnenplaats met langs een of meer zijden vertrekken en een galerij met boven een overdekte balustrade.
In het Archeologisch Museum is een afdeling gewijd aan de 19de- en vroeg 20ste-eeuwse traditionele wooncultuur. De inrichting en het gebruik van deze gebouwen is uitgebeeld met authentieke kleden, meubilair, kleding en gebruiksvoorwerpen.
Peter Bitter, 25/3/10